Dierenasielen zitten met de handen in het haar

“Heel wat dierenasielen zitten overvol met honden.
Zij slaken een ware noodkreet”, zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Ludwig Vandenhove.

Ik heb op dinsdag 4 april 2023 nog eens een bezoek gebracht aan het dierenasiel van Sint-Truiden en gesproken met voorzitter Philip Zurinckx van de vzw Dierenvrienden Sint-Truiden. Zo blijf ik op de hoogte van de meest actuele problemen rond de opvang van honden en katten om aan te kaarten in de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand en Dierenwelzijn van het Vlaams Parlement.
Dat vind ik de taak van een Vlaams volksvertegenwoordiger: echte concrete, praktische problemen bespreken in het Vlaams parlement.

Blijkbaar kunnen honden tegenwoordig regelmatig niet opgenomen worden in dierenasielen wegens overvol. Het gaat dan evenzeer over honden, die om de één of andere reden niet meer bij de eigenaar(s) kunnen blijven of, nog erger, die in beslaggenomen zouden moeten worden. 
Dat laatste is echt vervelend voor die politiezones, die ernstig werk leveren en/of die een dierenpolitie hebben.
Regio’s of gemeenten, die geen dierenasiel en/of geen dierenpolitie hebben, kennen dat probleem natuurlijk niet. In Sint-Truiden is dat wel het geval.
Dan is het gemakkelijk: het is vergelijkbaar met een politiezone, die geen capaciteit spendeert aan de drugsproblematiek. Die zone heeft dan ook geen probleem met drugs.

Het is vooral de uitstroom naar nieuwe eigenaars toe, die te traag verloopt, zeker als de dierenasielen dat op een ernstige manier willen doen. Doen ze dat laatste niet dan zijn de honden snel terug in het asiel wegens ongepast gedrag en/of niet passen bij de persoon of het gezin.

Er moet iets gebeuren:
-aan de instroom in de dierenasielen: de honden moeten beter ‘opgevoed worden’.
Dat is nu vaak een probleem met honden, die in het commerciële circuit gekocht worden.
Vooraleer de dierenasielen de honden kunnen plaatsen bij andere, lees nieuwe, eigenaars moet er teveel tijd aan besteed worden, waardoor er te traag opnieuw ruimte komt voor nieuwe dieren;
-de kwaliteit van ‘de opvoeding’ van de dieren in het commerciële circuit moet dringend omhoog.

De Vlaamse viceminister-president en minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Ben Weyts (N-VA) zou er goed aan doen om in nauw overleg te gaan met de dierenasielen.
Als aan deze problematiek niets gebeurt, komt de belangrijke functie, die dierenasielen vervullen in de hele keten van het dierenwelzijn rond honden, in gevaar.
Het feit dat deze organisaties werken met heel wat vrijwilligers maakt het probleem alleen maar groter en acuter.

Dit gebeuren is reeds besproken binnen de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn, maar de professionele fokkers ontkennen het probleem.
Ik heb deze aangelegenheid al diverse malen via mondelinge en schriftelijke vragen aangekaart bij Vlaams minister Ben Weyts. Ik vraag mij af of hij wel degelijk op de hoogte is van deze specifieke problematiek van de dierenasielen. 

De minister gelooft nog al in sensibiliseringsacties om de burger aan te zetten minder impulsaankopen van honden te doen. Maar blijkbaar doen die niet of onvoldoende af.
Daarom is het mijn vaste overtuiging dat de voorwaarden van het zogenaamde kennelbesluit -‘broodfok’- naar omhoog moeten. Met andere woorden, er zouden meer en bijkomende voorwaarden moeten opgelegd worden aan het commerciële circuit om honden beter voor te bereiden op de aanwezigheid in gezinnen.
Het sowieso, ten koste van alles, een hond te willen verkopen - het commerciële aspect - zou meer in evenwicht moeten gebracht worden met het gegeven dat de koper ‘de hond moet aankunnen’ - het sociale aspect.

Welke concrete voorstellen zijn er vanuit de dierenasielen om het kennelbesluit te verstrengen?
-Kwekers van gezelschapsdieren zouden een gedragsfiche van hun honden moeten bijhouden, net zoals dierenasielen dat van hun honden moeten doen.
-Er zou een medische historiek van de kweekdieren moeten zijn, want nu wordt er veel gekweekt met dieren met erfelijke ziekten.
Als een erfelijke ziekte vastgesteld wordt, moet het kweken met deze dieren stoppen.
-Er zouden minder dieren per kweker mogen toegelaten worden, nu kan dat tot 300 of zelfs meer, als het ware onbeperkt.
-‘Massaproductie’ van honden, die achteraf als huisdier willen gehouden worden, kan niet, dat is niet combineerbaar.
-Stoppen met het kweken van hondenrassen met (te) korte snuiten en/of te kleine schedels.
-Desoxyribonucleïnezuur (DNA)-testen doen om te zien welke combinaties van reu en teef mogelijk zijn.
-De verplichte aanwezigheid van een dierenarts opvoeren en beter controleren.
-Meer aandacht voor de socialisatie van pups en kweekdieren door bepaalde programma’s op te leggen.
-Het aantal personeelsleden moet naar omhoog in de professionele kwekerijen.
Nu moeten er in een kwekerij waar 100 volwassen honden zitten maar twee voltijds equivalente personeelsleden aanwezig zijn.
Pups mogen niet meegeteld worden in het aantal aanwezige honden.
In een kwekerij van 100 volwassen honden zitten als snel permanent 75 pups, van pasgeboren tot klaar voor verkoop. Bijgevolg zijn er minstens 175 honden aanwezig voor twee voltijds equivalente personeelsleden.
Dat betekent dat deze personen veel te weinig tijd hebben voor een goede verzorging van de pups en de kweekhonden, laat staan voor de zo belangrijke socialisatie.
Als je dat uitrekent op basis van de concrete tijd dat ze bezig zijn per hond kom je hoogstens op enkele minuten per dag.
-Strengere controles vanwege de inspectiediensten.
-In combinatie met strengere regels voor de Vlaamse hondenkwekerijen moet de invoer uit het buitenland aan banden gelegd worden. Ook hier moet de controle door de inspectiediensten opgedreven worden, ook tijdens de weekends.

Ik ga opnieuw een parlementaire vraag om uitleg stellen aan Vlaams minister Ben Weyts.
Hopelijk komt er nu een afdoend antwoord
.

Is dit weer een voorbeeld van een commerciële activiteit, waar de minister, ondanks een goed
globaal Vlaams dierenwelzijnsbeleid, niet echt durft tegen optreden? (1)”