Gemeenten kunnen samenwerken, geen fusies!

“Ik zie nog altijd geen reden om mijn stelling te wijzigen” (1), zegt gedeputeerde Ludwig Vandenhove.
“In Limburg tracht(te) de CD&V louter om partijpolitieke redenen een aantal fusies door te drukken. Bovendien was er recent de serie over een eventuele fusie tussen Genk en Hasselt in Het Belang van Limburg en op Televisie Limburg (TVL) (2).

Het gegeven van de fusies van gemeenten is in Limburg actueler dan ooit. (3)
De eerste - en vooralsnog enige - fusie die daadwerkelijk zal plaatsvinden, is Meeuwen-Gruitrode-Opglabbeek met twee absolute CD&V-meerderheden.
Voor het overige zijn er tal van pogingen (of geruchten?). Zo is er voor een mogelijke fusie tussen Hamont-Achel, Overpelt en Neerpelt opdracht gegeven voor een onderzoek door professor doctor Johan Ackaert van de Universiteit Hasselt (UHasselt).
Andere pogingen: Bocholt, Hechtel-Eksel en Peer; Ham en Leopoldsburg, eventueel aangevuld met Beringen en/of Heusden-Zolder en/of Tessenderlo; Diepenbeek en Kortessem; Heusden-Zolder, Lummen en Herk-De-Stad; etc.
Net zoals bij de vorige fusies in 1976 wil de CD&V blijkbaar, zoals de toenmalige Christelijke Volkspartij (CVP), (enkel) zijn lokale macht versterken.
Deze operatie heeft totaal niets te maken met meer bestuurskracht voor de gemeenten of een betere dienstverlening voor de burger.
De huidige manier van werken doet mij terugdenken aan ‘de CVP-staat’ (4).

De Vlaamse regering voorziet - in uitvoering van het Vlaams regeerakkoord - om van de gemeenten die vrijwillig fusioneren, een schuld over te nemen van 500 euro per inwoner. (5)
Dit kan perfect opnieuw opgenomen worden in het volgende Vlaams regeerakkoord.
Waarom moeten er dan nu halsoverkop beslissingen genomen worden zonder de echte gevolgen in te schatten?
Is geld nu echt alles geworden in de huidige samenleving, ook als het over (lokale) democratie gaat?

Ik blijf tegen verplichte fusies van gemeenten.
Je kan mij als ex-burgemeester van Sint-Truiden (40 158 inwoners op 1 januari 2016)  gedurende 18 jaar moeilijk ‘verdenken’ van vooringenomenheid.
Kleinere gemeenten zouden ingeval van verplichte fusies eerder aansluiten bij Sint-Truiden in plaats van omgekeerd.

Gemeenten die vrijwillig willen fusioneren, moeten dat kunnen. Maar vrijwillig betekent voor mij met instemming van alle inwoners van de betrokken gemeenten. Dit zou dan ook heel duidelijk in het gemeentedecreet ingeschreven moeten worden (bijvoorbeeld gestemd met 2/3de meerderheid in de desbetreffende gemeenteraden of na een volksraadpleging).
Waarom wordt hier eens niet ernstig over politiek gedebatteerd in het Vlaams parlement?
Politici die nu sterk pleiten voor fusies, zouden de komende gemeente- en provincieraadsverkiezingen van zondag 14 oktober 2018 kunnen aangrijpen om de bevolking zich te laten uitspreken over  eventuele fusies en met welke andere gemeenten.
In het geval van een positief antwoord zouden de fusies ernstig kunnen voorbereid worden tegen 1 januari 2025 (na de volgende gemeenteraadsverkiezingen).
Waarom gebeurt dit niet?
Hebben partijen en politici die nu voor fusies pleiten, schrik dat de kiezers hun plannen zullen ‘afschieten’?
Vlamingen hebben van alle overheidsniveaus het meeste vertrouwen in de gemeenten.
Nabijheid en bereikbaarheid zijn essentieel om een goede dienstverlening te kunnen garanderen.
Belangrijk is te kunnen inschatten waar de kritische grens in die schaalgrootte ligt.
Dat schaalvergroting onvoorwaardelijk leidt tot een beter en efficiënter bestuur, is niet meer dan een mythe.
Buitenlandse voorbeelden tonen zelfs aan dat fusies niet noodzakelijk goedkoper uitvallen voor de burger. (6)

Ik ben wel voor verregaande samenwerking tussen gemeenten. Zo kunnen er efficiëntiewinsten geboekt worden, maar blijft het democratisch bestuur dicht(er) bij de burger.
Het is niet voor niets dat uit alle mogelijke onderzoeken het gemeentelijk niveau als politiek het meest betrouwbaar naar voor komt en waar de burger politiek het meest van wakker ligt en zich het meest betrokken voelt. (7)
Gaan we de afstand met de burger nog vergroten?
Gaan we burger nog minder in democratie doen geloven?

Vlaams Bouwmeester Leo van Broeck stelt terecht dat we qua ruimtelijke ordening  terug naar echte dorpen en echt platteland in Vlaanderen moeten gaan.
De beste garantie hiertoe wordt geboden door bestuur dichtbij de burger. (8)

De vorige fusies zijn op heel wat plaatsen nog niet verteerd.
Een mooi voorbeeld hiervan zijn de Europese en Vlaamse middelen, die in het kader van plattelandsontwikkeling nog steeds in de leefbaarheid van het platteland gestopt worden.
Toch tegengesteld aan elkaar.
Wie speelt een belangrijke rol in de toewijzing van die projecten? Juist, de katholieke zuil via de Boerenbond of aanverwante organisaties. Dus voor fusies en toch de dorpen en het platteland versterken.
Is dat geen tegenstelling?

Mijn redenen dat ik tegen fusies blijf?
Vooreerst is er een tendens om de burger meer zelf verantwoordelijkheid te geven in de eigen buurt, in de eigen omgeving. De burger vraagt dat ook. Er zijn talrijke voorbeelden op (inter)nationaal vlak. (9) Zo zijn er diverse initiatieven rond lokale alternatieve energie. Ook zijn er de experimenten waarbij de bevolking van een buurt of wijk de nodige financiële middelen ter beschikking krijgen om zelf (een) project(en) te realiseren.(10)
Zou het dan niet compleet tegengesteld zijn om binnen zo een maatschappelijke context het bestuur verder van de burger af te organiseren?

Ten tweede moeten samenwerkingen een meerwaarde op zich hebben en mogen ze niet onder financiële druk gebeuren, zoals nu al te vaak het geval is.
Het voorstel van de Vlaamse regering om schulden over te nemen is daarvan een voor zich sprekende bevestiging.
Uiteraard moet een gemeente zo efficiënt mogelijk, ook financieel, bestuurd worden, maar dat mag niet alles zijn.
Het gegeven ‘dicht bij de burger’, ‘gemeentelijke autonomie’, ‘gemeentelijke democratie’ mag geld kosten.
Als de maatschappij en de overheid alleen nog maar oog hebben voor efficiëntie en besparingen onder invloed van de sociaal-economische politiek die in Europa gevoerd wordt, zal veel inventiviteit en originaliteit op diverse domeinen verdwijnen. (11)
Buiten deze rechtstreekse subsidiëring is heel de financiering van gemeenten en steden vanuit Vlaanderen, onder andere via het Gemeentefonds, decretaal georganiseerd in het voordeel van de grote steden.
Waarom kan dit niet anders? Zo heeft Limburg heel wat groen (gelukkig!). Daar wordt bijvoorbeeld geen rekening mee gehouden. Is dit nochtans niet de toekomst van Vlaanderen als we Vlaams bouwmeester Leo van Broeck volgen?
Een ander voorbeeld: de subsidiepolitiek van Vlaams minister van Sport Philippe Muyters voor lokale sporthallen. (12)

Ten derde is er bij de voorstanders van fusies een fundamentele onderliggende reden, waarover nooit gesproken wordt: minder overheid, meer privé!
Politici moeten eerlijk zijn tegen de burger: samenwerken en zeker fusies betekenen nu per definitie besparen, ook al wordt dat niet zo gezegd. Nochtans zijn politici verkozen om de zaken duidelijk te benoemen.
Politici die blijven besparen op de overheid, ook de gemeentelijke, die de overheid in feite willen ‘kapotmaken’, moeten zo eerlijk zijn dat te durven zeggen en niet spreken over samenwerken of fusies.
Voor mij betekent samenwerken tussen gemeenten dat de dienstverlening voor de burger moet verbeteren of dat de burger moet kunnen rekenen op dezelfde dienstverlening aan een lagere kostprijs.
Ik refereer hierbij naar mijn beginperiode als burgemeester nu al meer dan 20 jaar geleden, toen ik in Sint-Truiden al een aantal samenwerkingsverbanden opgezet heb. Ik denk onder andere aan de bibliotheekwerking met Nieuwerkerken, het samen glas ophalen met Gingelom en Nieuwerkerken, en de oprichting van een vzw voor alternatieve tewerkstellingsprojecten met de drie gemeenten uit het kanton (Gingelom, Nieuwerkerken en Sint-Truiden).
Er zijn zo in heel Vlaanderen ettelijke voorbeelden te vinden, waarbij gemeenten in mindere of meerder mate en al dan niet (in)formeel, op diverse beleidsdomeinen samenwerken.
Back-office zijn er nog heel wat samenwerkingen mogelijk.
Het contact met de burger moet lokaal blijven gebeuren.
Zou de Vlaamse regering er niet beter aan doen om zulke goede voorbeelden meer te implementeren op andere plaatsen in plaats van fusies te bevorderen? Kortom, inzetten op bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden in plaats van op fusies?
Meer en meer gemeenten beginnen burgers nu op afspraak te ontvangen in plaats van permanente of lange openingsuren. Ook dit vind ik geen goede evolutie.
Apps, smart-cities, etc. goed en wel, maar als aanvulling op de normale dienstverlening, niet als vervanging.

Ten vierde een louter (partij)politieke reden: gemeentelijke verkozenen zijn tussen de mensen, tussen het volk en dus goed voor de (lokale) democratie.
De lokale democratie is de laatste jaren al serieus uitgehold.
Personen met enige politieke ervaring moeten dat durven toegeven: de politieraden, het beleids- en beheerscyclus (BBC)-systeem, brandweerhervorming, de versterking van het college van burgemeester en schepenen als orgaan ten opzichte van de gemeenteraad en de toenemende macht van de ambtenaren.
Wat betekenen fusies? Minder politieke mandaten? Uiteraard!
Minder mandaten in intercommunales, zeker na de recente heisa over de vergoedingen en de zitpenningen, na de volgende gemeenteraadsverkiezingen van zondag 14 oktober 2018 geen mandaten meer in de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW)-raden en nu nog minder gemeenteraadsleden?
Ik ben graag bereid om op een ernstige, onderbouwde manier mee te zoeken naar aanvullende, nieuwe mogelijkheden bovenop de traditionele verkiezingen, maar nu zetten we juist stappen in de omgekeerde richting.
Voor mij gaat het weer om een aantal personen minder om hun oor te luisteren te leggen bij de lokale gemeenschap.
Ik vrees dat sommige politici pas gaan beseffen wat ze nu allemaal al beslist hebben bij de samenstelling van de lijsten voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen.
Ja, sommige politici (van alle partijen!) doen aan gemeentepolitiek om iets (bij) te verdienen.
Correctie, vaak om hun onkosten (gedeeltelijk) te betalen als ze veel tussen de mensen zijn en dus veel aanwezigheidspolitiek doen, zoals het zou moeten voor diegenen die aan lokale politiek doen.
Wat is daar mis mee?
Personen die lokaal aan politiek doen en zo de lokale democratie mee vorm geven, zouden daar niet voor betaald of beloond mogen worden. En dat in een maatschappij waar tegenwoordig alles betaald wordt.
Ja en ik durf dat zeggen?
Politieke partijen en politici worden toch verkozen om in alle openheid voor hun gedacht uit te komen. Of niet soms?

Ik wil als democratisch verkozen politicus debatteren en discussiëren over mogelijke fusies, maar dan moet dat gebeuren op basis van argumenten pro en contra en op basis van objectieve parameters, niet op basis van politieke en/of emotionele argumenten. Ik pleit daarom voor een grondige en globale Limburgse studie, waarvan de resultaten gefaseerd geïmplementeerd worden.
In deze studie zou ook moeten bekeken worden hoe de nieuwe taakinvulling van de provincies na de laatste interne staatshervorming zich hiertoe verhoudt.
Zeker in Limburg is dit een belangrijk gegeven, vermits wij niet beschikken over een echte grote stad.
De provincie (de stad Limburg?) kan hierbij ondersteunend werken naar kleinere gemeenten toe.
Of zijn de provincies in de ogen van sommige politici en sommige politieke partijen al definitief afgeschaft? Dat ze dat dan in alle openheid zeggen en schrijven, dan weten de burgers waar ze aan toe zijn bij de provincieraadsverkiezingen van zondag 14 oktober 2018 en de parlementsverkiezingen in 2019.

Het ‘DNA’ van de betrokken gemeenten moet grondig onder de loep genomen worden.
Beide gemeentelijke profielen moeten gelijkaardig of sterk aanvullend zijn.
Dorpskernen moeten maximaal hun eigenheid kunnen behouden.
Alle elementen – het historische, het culturele, het sociale, het socio-demografische, het ruimtelijke, het economische, etc. – moeten hierbij aan bod kunnen komen. Het moet dus gaan om een objectieve, wetenschappelijke studie.

Conclusie: ‘opgelegde’ nieuwe fusies kunnen voor mij niet, verregaande samenwerkingen wel.
Het fusiedebat is een non-debat en de burger ligt er niet wakker van. (14)
Essentieel is de vraag hoe de bestuurskracht inzake een aantal beleidsdomeinen vergroot kan worden teneinde de dienstverlening naar de burger te verbeteren.”

(1) Gemeenten kunnen samenwerken, geen fusies! www.ludwigvandenhove.be, 15-09-2015.
(2) Dat kunnen wij niet aan! www.ludwigvandenhove.be, 26-04-2017.
(3) “CD&V is Limburg al aan het verdelen”. Het Belang van Limburg, 02-03-2017, p. 1. “CD&V wil macht versterken door te fusioneren”. Het Belang van Limburg, 02-03-2017, p. 2.
(4) VAN HAEGENDOREN, M., VANDENHOVE, L. Het Verdriet van Vlaanderen? Over de macht van de Katholieke zuil. Standaard Uitgeverij 1985
(5) Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2014-2019, 22-07-2014.
(6) “De toekomst is aan de stad”. Het Belang van Limburg, 19-04-2017, p. 6.
(7) Professor Ackaert licht fusieonderzoek toe. Het Belang van Limburg, 28-04-2017, p. 24.
(8) Verdwijnt Haspengouw? (1) www.ludwigvandenhove.be, 24-03-2017.
(9) HENS, T. Het klein verzet. EPO, 2015.
(10) Burgerbewegingen: nieuw? www.ludwigvandenhove.be, 07-02-2017.
(11) “Inventiviteit en originaliteit zullen verdwijnen”. www.ludwigvandenhove.be, 07-09-2015.
(12) Meer dan 2,5 miljoen voor scholen die sporthal openzetten. Het Belang van Limburg, 28-12-2016, p. 5.
(13) Acht op de tien inwoners tegen fusie. Het Belang van Limburg, 28-04-2017, p. 1.
 

Zie ook Fusie Hasselt-Genk: njet!? van 30-04-2017 op deze website.

 

Foto: HBVL