De euthanasiewet moet aangepast worden!

"De euthanasiewet moet aangepast worden", dat zei burgemeester - federaal volksvertegenwoordiger
Ludwig Vandenhove/> tijdens de inleiding van het debat ‘Café Terminus? Euthanasie en palliatieve zorgen.’, georganiseerd door de Antenne Morele Dienstverlening en het Willemsfonds van Sint-Truiden op woensdag 13 februari 2008.

Na zijn inleiding volgde er een debat met als deelnemers ere-senator Jeannine Leduc, professor doctor Wim Distelmans en doctor Marc Desmet.

Het debat kende een grote opkomst.
De polyvalente zaal van cultuurcentrum de Bogaard, die niet minder dan 110 plaatsen telt, was tot de nok gevuld.

Hieronder vindt u een aantal stellingen, die burgemeester-federaal volksvertegenwoordiger Ludwig Vandenhove verdedigde tijdens zijn inleiding.

Het is positief dat dit soort publieke debatten rond dit thema wordt georganiseerd.

Uiteraard is dit een politiek thema, maar dit is vooral een persoonlijke aangelegenheid, die ook sterk bepaald wordt door familiale en omgevingsfactoren.
Ik heb bijvoorbeeld al vaak gemerkt dat personen, die heel wit-zwart denken over euthanasie en/of palliatieve zorgen er heel anders over beginnen te denken indien zij er in hun persoonlijke sfeer mee geconfronteerd worden.
Vandaar dat ik deze korte inleiding zowel vanuit politiek oogpunt, als vanuit persoonlijk oogpunt doe.

Hoewel ik in de politiek bekend sta om mijn loyaliteit ten opzichte van mijn eigen partij en ook ten opzichte van mijn gegeven woord (intern discussiëren, maar als groep naar buiten treden!), vind ik dat er rond ethische dossiers een vrijheid van stemming moet kunnen zijn, ook in het parlement.
Rond heel het thema van euthanasie en palliatieve zorgen, is dat dan ook mijn overtuiging.
Hier moet de persoonlijke overtuiging spelen, niet de partijpolitieke, ook al zal die meestal samenvallen (bij mij is dit toch zo!).
Ethische kwesties zijn in mijn levensovertuiging geen partijpolitieke aangelegenheden.
En laten we maar eerlijk zijn, welke politieke en/of geloofsovertuiging we ook hebben, ethische dossiers liggen altijd zeer gevoelig in de politiek.

Er is een duidelijk verband tussen euthanasie en palliatieve zorgen.
Dit is ook de reden waarom beide wetten kort na mekaar gestemd zijn.
Dit verband bestaat onder andere uit het feit dat het soms alternatieven zijn, maar dat ze soms ook op mekaar volgen.
Zo kan bijvoorbeeld iemand eerst voor palliatieve zorgen kiezen, vooraleer toch te laten overgaan tot euthanasie.

Bij de keuze voor euthanasie moet de keuzevrijheid van elke patiënt gegarandeerd worden, ook al kan dit uiteraard niet los gezien worden van de persoon zelf, haar of zijn persoonlijkheid, de familie, de artsen, de omgeving, etc.
Deze zogeheten keuzevrijheid moet uiteraard ook bekeken worden tegen de achtergrond van de dood. Met andere woorden, er moet niet gewacht worden tot iemand niet meer kan oordelen en/of tot zij/hij dood is.

Elementen, die zeer belangrijk zijn bij het beoordelen van een aanvraag tot euthanasie, zijn zeker de kostprijs van een mogelijke verdere behandeling, de discussie over de waarde van een mensenleven, zeker als dat in een terminale en pijnlijke fase verkeert en de zogenaamde therapeutische hardnekkigheid, waarmee bepaalde personen en zeker artsen, bepaalde therapieën blijven verdedigen.
Rekening houdende met deze elementen moet steeds ook de vraag gesteld worden of het beleidsmatig niet beter zou zijn om dat geld voor verdere verzorging bijvoorbeeld te stoppen in meer palliatieve zorgen.

Enerzijds omwille van een aantal vaagheden in de huidige wet en anderzijds omwille van een aantal duidelijke leemten, pleit ik ervoor dat er een verder maatschappelijk en parlementair debat op gang komt met liefst de nodige aanpassingen, wat mij betreft, van de euthanasiewetgeving en de wetgeving op palliatieve zorgen.

Bij het tot stand komen van de wetgeving op euthanasie, was de wetgever er zich van bewust dat er een aantal vaagheden inzaten, maar het was precies de bedoeling om een aantal deuren open te houden en alzo de nodige vrijheid te hebben.
De tegenstanders van de euthanasiewetgeving bekijken dit echter anders en drukken vooral op deze vaagheden.
Over welke vaagheden gaat het?
- het inlichten van de patiënt;
- het aanhoudend ondraaglijk fysiek of psychisch lijden;
- het begrip wilsbekwaamheid;
- het onderscheid tussen terminaal en niet-terminaal.

Buiten deze vaagheden zijn er ook een aantal duidelijke leemten, zoals:
- de leeftijdsgrens van 18 jaar;
- de specifieke groep van de dementerenden;
- artsen, die weigeren op het verzoek tot euthanasie van een patiënt te willen ingaan, zijn niet verplicht om deze patiënt door te verwijzen naar een bereidwillige arts;
- hulp bij zelfdoding moet in de wet worden ingelast.

Als grote aanhanger van paars ben ik de mening toegedaan dat er heel wat goede dingen gebeurd zijn tijdens de paarse legislaturen en dat vooral ethische kwesties aan bod zijn kunnen komen.
Ik hoop dan ook, nu dat paars waarschijnlijk (voorlopig) voorbij is, dat ethische discussies niet uit de politiek geweerd worden en dat de klok op dat vlak zeker niet teruggedraaid wordt.