Sint-Truiden: militairvriendelijke stad!

In zijn 21 juli-toespraak had burgemeester - senator Ludwig Vandenhove het over Sint-Truiden als militairvriendelijke stad, het ondertekende akkoord met minister van Defensie André Flahaut in et kader van het comité Burgerlijke Militaire Samenwerking (BMS), de recente gebeurtenissen in België en de toekomst van België op het communautaire vlak.


Hieronder vindt u de integrale tekst van deze toespraak.

Eerwaarde heren pastoors
Mijnheer de diaken
Mijnheer de vrederechter en andere vertegenwoordigers van de rechterlijke macht
Heren generaals, kolonels, officieren, onderofficieren en beroepsvrijwilligers, in dienst of op rust
Vertegenwoordigers van andere overheidsinstellingen
Collega’s uit de politiek
Vertegenwoordigers van de federale en lokale politie, brandweer, Civiele Bescherming en Rode Kruis
Voorzitters, bestuursleden, leden en vlaggendragers van de afgevaardigden van de vaderlandslievende verenigingen
Geachte genodigden
Dames en heren

Mag ik iedereen van harte verwelkomen op deze feestelijke viering naar aanleiding van onze nationale feestdag en bedanken voor uw aanwezigheid, niet in het minst de vaderlandslievende verenigingen.

Op deze nationale feestdag, vieren wij de eenheid van onze Belgische natie, zoals die in onze monarchie en in onze Grondwet verankerd is.
Met het traditionele Te Deum in de hoofdkerk, is deze feestdag alvast met een passende plechtigheid ingezet.
Ik wens hiervoor de eerwaarde heren pastoors, de diaken, de orgelist en het koor van harte te bedanken.

Dit jaar was er, na het Te Deum, in het kader van ons peterschap opnieuw een overvlucht van vliegtuigen uit Beauvechain. Het is bijna een traditie geworden. De overvlucht werd uitgevoerd door de legendarische Rode Duivels, met andere woorden vliegtuigen van het voormalige stuntteam van de Belgische Luchtmacht.
De Rode Duivels waren en zijn nog steeds nauw verbonden met de stad Sint-Truiden. Ze hadden niet alleen hun uitvalsbasis in Brustem, maar de stad Sint-Truiden had ook het peterschap over het team. Bij het zien van deze Rode Duivels gaat het hart van een bepaalde generatie Truienaren nog steeds sneller slaan.
De verbondenheid van de Rode Duivels met de stad Sint-Truiden zal dan ook worden gesymboliseerd door een monument, een echte Fouga Magister geschilderd als Rode Duivel, op de rotonde op de Luikersteenweg, ter hoogte van de ingang van het nieuwe industrieterrein in Brustem, de vroegere toegang tot het militaire domein. Normaalgezien zouden de werken aan deze rotonde bijna afgerond moeten zijn, maar ondanks de aanbesteding heeft de afdeling Wegen en Verkeer Limburg, die bevoegd is voor deze werken, de werken moeten uitstellen, aangezien de aangeduide aannemer het momenteel te druk heeft en niet aan de werken kan beginnen. Zodra de rotonde er is, zal de Fouga Magister geplaatst worden. Dit zal niet onopgemerkt voorbijgaan. Het comité Burgerlijke Militaire Samenwerking (BMS) - ik heb het hier zodadelijk nog uitgebreider over - zal de officiële inhuldiging extra in de verf zetten om de Rode Duivels nog eens speciaal in herinnering te brengen.
Zo blijven de Rode Duivels voor altijd een stukje van Sint-Truiden.
Ik wil de basis van Beauvechain in het algemeen en de piloten in het bijzonder bedanken voor de overvlucht, die trouwens alleen nog in onze stad en in Brussel plaatsvindt.
Het is bovendien waarschijnlijk de laatste keer, en dus een historisch moment, dat een formatie Rode Duivels over Sint-Truiden vliegt. Volgend jaar stoppen ze immers met vliegen.

Ook dank aan de koninklijke harmonie Vermaak na Arbeid uit Aalst voor het muzikaal begeleiden van deze 21 juli-viering, onder andere in afwachting van deze overvlucht.

Onze stad zal deze namiddag trouwens ook in Brussel, op het nationaal defilé ter ere van de nationale feestdag, vertegenwoordigd zijn. Een afgevaardigde van de koninklijke technische school Saffraanberg en een burgerlijke afvaardiging lopen mee in de optocht van de 56 garnizoensteden op het Paleizenplein en zorgen ervoor dat de Truiense vlag ook in Brussel wappert. Schepenen Johnny Vangrieken en Filip Moers zullen de troepen aanschouwen vanop de tribune.

Dat Sint-Truiden de meest militairvriendelijke stad van België is weet ondertussen iedereen - we hebben daar de laatste jaren ook hard aan gewerkt en voor gelobbyd - en we zijn daar fier op.
Dit imago wordt nog versterkt door de oprichting van een comité Burgerlijke Militaire Samenwerking (BMS) Sint-Truiden. Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen vertegenwoordigers van de militaire overheid en de stad, onder leiding van voormalig korpscommandant en ereburger van de stad Sint-Truiden Jacques Waldeyer en kolonel op rust Emile Schoofs.
Hiervoor werd op 14 juni 2006 - op de vooravond van de tweejaarlijkse Taptoe die dit jaar spijtig genoeg niet kon doorgaan omwille van de hevige regenval - een convenant afgesloten met het ministerie van Defensie. Minister André Flahaut is persoonlijk naar Sint-Truiden gekomen om deze overeenkomst te ondertekenen. Sint-Truiden is daardoor een bevoorrechte partner van Defensie geworden. Het gaat hierbij om een primeur voor België. De bedoeling is op geregelde tijdstippen activiteiten te organiseren waarbij alle militairen en ex-militairen, die op het grondgebied van Sint-Truiden wonen, betrokken worden.
Een eerste stap hiertoe is reeds gezet. Er werd ondertussen al een adressenbestand samengesteld van actieve en gepensioneerde militairen zodat deze mensen nauw betrokken kunnen worden bij de activiteiten die het BMS gaat organiseren.
Een van de activiteiten waarmee binnenkort gestart wordt, is het organiseren van gespreksavonden in de Academiezaal. Deze voordrachten, die een tweetal keer per jaar georganiseerd zullen worden over een thema dat nauw verbonden is met defensie, kunnen het best vergeleken worden met de gespreksavonden in het kader van de Politieacademie, die de lokale
politie Sint-Truiden/> -/> Gingelom - Nieuwerkerken meermaals per jaar op touw zet rond het thema veiligheid. In het najaar zal de eerste ‘Militaire Academie’ plaatsvinden.
Verder zullen er nog allerhande activiteiten georganiseerd worden voor de (ex-)militairen, zoals reünies, toeristische uitstappen, enz.

Via deze samenwerking verhoogt de stad Sint-Truiden haar imago van militairvriendelijke stad en gelijktijdig komt het leger tegemoet aan de beleidsoptie van de minister van Defensie, met name dat het leger zich meer moet richten op de maatschappij.

Dat Sint-Truiden als meest militairvriendelijke stad doorgaat, wil daarom niet zeggen dat we minder aandacht hechten aan de vredesboodschap. Het is immers niet voor niets dat in Sint-Truiden vorig jaar de afsluiting van de Vlaamse vredesweek plaatsvond.
Zonder aan de militaire tewerkstelling te willen raken, moeten we, ook in internationale context, durven nadenken over de inhoudelijke invulling van het leger en militaire operaties. Het leger zal zich in de toekomst meer en meer moeten concentreren op vredesmissies in plaats van op ‘soldaatje en/of oorlogje spelen’.

De feestelijkheden vandaag bieden de gelegenheid tot ontmoetingen tussen generaties en tot culturele ontmoetingen die gericht zijn op alle burgers op het Belgische grondgebied. Zij kunnen een nieuwe band van verbondenheid creëren tussen de gemeenschappen.

Aan de federalisering gingen 4 staatshervormingen vooraf, gespreid over 20 jaar. In het verdere federaliseringsproces is het noodzakelijk dat de solidariteit tussen generaties, maar vooral tussen de verschillende gemeenschappen en met andere volkeren centraal staan.

Niettegenstaande wij het in Vlaanderen zeer goed hebben, dit blijkt trouwens uit verschillende studies, mogen we ons niet afschermen van de rest van het land of van andere culturen. Wij moeten de Walen of de vreemdelingen niet zien als ‘de vijand’, maar wel als een landgenoot, een bondgenoot, als een evenwaardige medeburger. De toekomstige welvaart van elk van de drie gemeenschappen in België zal immers meer dan ooit afhankelijk zijn van de onderlinge bereidheid tot hulp en begrip en van solidariteit.

De cultuurverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië hebben altijd bestaan.
We mogen niet meestappen in de destructieve logica van sommigen om deze uit te vergroten. Integendeel, we moeten deze in het Europa van morgen zien als een opportuniteit.

Wij moeten ons durven openstellen en de hand reiken naar andere culturen.
En of we dat nu graag horen of niet: we leven in een OPEN wereld en de maatschappij van morgen is een multiculturele samenleving. We moeten deze met een open geest en een open vizier tegemoet treden.

Als er problemen zijn, en die zijn er ongetwijfeld, dan moet daarover kunnen worden gediscussieerd en op die manier naar oplossingen gezocht. Overleg is de boodschap.
Extremisme en racisme kunnen daarin geen bijdrage leveren. Ik denk dat dit genoeg bewezen is, denken we maar aan de beide wereldoorlogen, het huidige terrorisme en wat zich momenteel afspeelt in het Midden Oosten.
En dat dergelijke problemen niet alleen ver van ons bed voorkomen, bewijzen de recente dramatische gebeurtenissen in België en in Vlaanderen - ik hoef ze u niet op te noemen. Het lijkt wel of we te maken hebben met een tekort aan burgerzin in de samenleving. Waarom kwamen anderen niet tussenbeide in bijvoorbeeld het busincident in Antwerpen? Hoe kon zoiets gebeuren op een overvolle bus?
Niettegenstaande de federalisering verder dient te worden uitgewerkt - de discussie hierover zal volgend jaar na de federale verkiezingen zeker heropend worden - moet België een éénheid blijven. Een uitbreiding en/of herverdeling van de bevoegdheids­pakketten voor de federale staat en de gemeenschappen kan hierin een grote stap voorwaarts betekenen. Het is een proces waar iedereen moet kunnen bij winnen en waardoor vooral doorzichtigheid, efficiëntie en een betere dienstverlening aan de burger worden gegarandeerd. Dat is hetgene wat de burger interesseert.

Het is in eerste instantie de Koning die de band tussen de 3 taalgemeen­schap­pen van ons land verzekert. Door zijn kennis van de landstalen en zijn positieve houding ten aanzien van het federaliseringsproces, heeft Koning Albert II sedert zijn aantreden deze taak waargenomen. Meer dan ooit verpersoonlijkt onze vorst de eenheid van België. ‘Eendracht maakt macht’, luidt het devies van onze Belgische natie.

Laat ons elke dag werken aan een warm, open en verdraagzaam Vlaanderen, aan een solidair België en een steeds hechter Europa.
Laat dit de betekenis zijn van deze nationale feestdag.

Om te eindigen breng ik een toost uit voor hetgeen de koning en de koningin betekenen voor de eenheid van ons land.

Leve de koning, leve de koningin, leve België, leve Sint-Truiden.

Nog een prettige en aangename nationale feestdag.