Pers en politiek: samen verantwoordelijk voor de maatschappij van morgen!

In de uitgave van juni 2006 van 'Samenleving en politiek' geeft burgemeester-senator Ludwig Vandenhove zijn visie op de relatie tussen pers en politiek.

Hieronder vindt u het integrale artikel terug.

Als politicus is het niet gemakkelijk om beschouwingen te maken over de relatie met de pers. Politici zijn immers voor een stuk afhankelijk van de pers en van de politieke redacties. Meer nog, sinds human interestartikels aan belang hebben gewonnen in de pers, is de politicus afhankelijk geworden van de hele pers. In de wandelgangen van het parlement, in het schepencollege of de gemeenteraad of tijdens informele gesprekken hoor ik steeds vaker kritiek op bepaalde artikels, bijdragen of journalisten. Opvallend is echter dat die kritiek zelden geuit wordt als de journalist er bij staat. Als democratisch verkozen politicus vind ik het mijn plicht om hierin mijn stem te laten horen.




Als politicus, maar vooral ook als gewone burger, maak ik mij heel wat zorgen over de democratie van morgen. Ik stel ook elke dag vast dat de prerogatieven van de politiek achteruitgaan, zeker in Vlaanderen. Er is de pers en er zijn middenveldorganisaties die standpunten verkondigen zonder daar ooit verantwoordelijkheid voor te moeten dragen. De depolitisering van de ambtenarij heeft er bovendien toe bijgedragen dat ambtenaren meer macht en invloed hebben dan vroeger. En er is het gerecht dat de laatste tijd steeds meer politieke uitspraken doet.

Pers en politici moeten dringend over hun onderlinge relatie met elkaar constructief debatteren. Tenminste als beide partijen hetzelfde nastreven, namelijk een samenleving waarin negativisme niet tot norm verheven wordt. Ik ga ervan uit dat de pers wil meehelpen aan de maakbaarheid van zulk een maatschappij. Politici zouden dan niet hun toevlucht moeten nemen tot boze telefoons, lezersbrieven, rechtzettingen of zelfs gerechtelijke stappen. Dat vergoot het conflict alleen maar. Nee, pers en politiek zouden dringend een gesprek moeten hebben over de wederzijdse wrevels. Uit informele gesprekken weet ik dat heel wat journalisten mijn mening delen. Maar er spelen andere elementen in het debat: verkoopcijfers of een primeur halen, of neerschrijven wat de concurrentie ook heeft gebracht. Maar dat verklaart niet steeds de nadruk die gelegd wordt op het half lege in plaats van op het half volle glas, of waarom positief nieuws blijkbaar uit den boze is.

Als politicus probeer ik mezelf een aantal regels op te leggen en er naar te handelen, ook in mijn relatie tot de pers. Sommige dingen zal ik bijvoorbeeld nooit doen. Ik heb bijvoorbeeld geweigerd om als burgemeester op een mechanische stier te gaan zitten in Man bijt hond om Sint-Truiden te promoten. Nu kan een burgemeester in een nat pak voor sommige mensen plezierig zijn, het ondermijnt wel de waardigheid van het ambt. En dan maar klagen dat burgers geen respect meer hebben voor politici!

Ik ben tegen deontologische codes voor politici en zeker ook voor de media. Ik zie bijvoorbeeld tot wat de deontologische code in het Vlaamse parlement leidt. Namelijk tot een zoektocht om de regels te omzeilen. Wel zouden media en politici er goed aan doen zichzelf een aantal regels op te leggen en die dan ook te respecteren. Misschien ben ik naïef, maar ik geloof dat een soort pact het negativisme, ja zelfs het individualisme in onze maatschappij zou kunnen terugdringen. Typerend in dat verband is de overname door democratische partijen van populistische slogans van uiterst rechts. Maar waarom gebeurt dit? Is het omdat er een voortdurende druk bestaat vanuit de media om in simplistische slogans te spreken, omdat een nieuwsitem nu eenmaal kort moet zijn? Of omdat de pers gericht is op de korte termijnstrategie, namelijk de krant van morgen, zodat er geen plaats meer overblijft voor visies op langere termijn? Of omdat politici nu plots populistischer zijn geworden? Feit is wel dat politici die een beleid uitstippelen dat pas op termijn vruchten zal afwerpen, of sterk inhoudelijk bezig zijn, steeds minder in de media komen. Ondertussen is de consument van de media – de kijker, luisteraar of lezer - vooral geïnteresseerd in sensationele conflicten. Maar hij verwijt de politiek ondertussen een gebrek aan lange termijnvisie. Die paradox verhindert soms dat er echt iets gedaan kan worden. Als burgemeester kan ik zo diverse voorbeelden geven, zoals heel wat initiatieven op het vlak van duurzaam beleid. Weiger maar eens een bouwvergunning omdat je weet dat de betrokkenen in de toekomst het slachtoffer zal worden van wateroverlast. Maar er zijn nog voorbeelden. Het meest recente is de heibel rond het Generatiepact. 

Vandaag worden politici verweten dat ze loze beloften de wereld in sturen. Soms klopt dat. Maar ook hier is er een gedeelde verantwoordelijkheid. Alle dagen moet er immers nieuws in de krant staan, en dan geeft het niet dat het gaat over beleidsvoorbereidend werk en niet echt over een beleidsbeslissing, laat staan over de resultaten van een beleidsbeslissing. Allen zijn die nuances nooit duidelijk, en reageren kiezers verzuurd als blijkt dat een maatregel die de pers heeft gecommuniceerd, eigenlijk nog jaren op zich zal laten wachten. Natuurlijk speelt hier ook de verantwoordelijkheid van de politicus. Soms worden voorstellen in de pers gelanceerd in de hoop dat de concurrentie er niet mee gaat lopen. Hier speelt de deontologie onder parlementsleden, maar vooral ook de verhouding tussen de wetgevende en de uitvoerende macht.

Tot slot wil ik het nog even hebben over de lokale media, waarvan de invloed vaak onderschat wordt. De impact van lokale media op de burger is bijzonder groot. Ik durf zelfs te beweren dat ze groter is dan de politieke berichtgeving over Vlaamse of federale materies. Mensen zijn nu eenmaal geïnteresseerd in wat er in hun straat gebeurt. Als burgemeester kan ik  daar over meespreken.
De opiniestukken van politieke commentatoren worden vooral gelezen door politici of politiek geïnteresseerden. Artikels in de lokale krant of de lokale zender hebben een breder bereik.

De kwaliteit van de lokale journalisten laat vaak te wensen over. Erger, ze treden vaak zelfs de meest elementaire principes van de journalistiek met de voeten. De perssector zou dan ook meer aandacht moeten besteden aan de selectie en opleiding van lokale journalisten en correspondenten. Ik wil graag enkele voorbeelden geven uit mijn persoonlijke ervaring als burgemeester van Sint-Truiden.
Stilaan wordt het de regel dat gemeentelijke initiatieven niet toegelicht mogen worden door de politiek verantwoordelijken, maar enkel door een ambtenaar. Althans dat is het geval bij positief nieuws. Bij een diamanten of gouden huwelijksjubileum of een jubilerende vereniging mag de politicus niet meer mee op de foto. Zo lijkt het wel alsof politici niet meer in contact komen met ‘gewone mensen’.
Als er zich in de gemeente persoonlijke drama’s afspelen - een gezin dat in de auto moet slapen omdat er geen sociale woning beschikbaar is bijvoorbeeld - worden die veralgemeend, zodat het lijkt alsof niemand aan een sociale woning geraakt. Het genuanceerd plaatsen van een individueel probleem in een groter beleidskader is niet aan de lokale pers besteed. Op die manier lijkt het dat de politiek er voortdurend niks van bakt. “Ha ja, ge ziet wel. Het stond toch in de gazet.” De regel is: Bij positieve verhalen moet de politiek geweerd worden, bij negatieve verhalen wordt de politicus er desnoods bij de haren bijgesleept. Zo viel de stad Sint-Truiden in 2004 een grote eer te beurt. We wonnen met het initiatief 'Huis van Sinterklaas' de prijs van de Vlaamse Sinterklaasstad.
Vermits er geen politici op de foto mochten, werd de officiële oorkonde overhandigd aan de Sinterklaas van dienst zelf. Met andere woorden, de stad Sint-Truiden won de prijs met een positief initiatief, niet Sinterklaas, maar de officiële vertegenwoordigers van de stad mochten niet mee op de foto.

Concluderend wil ik pleiten voor een open, positief debat tussen pers en politiek dat moet bijdragen tot een positieve, open, diverse en verdraagzame maatschappij van morgen. Misschien is het niveau van een stad of gemeente ideaal om zo een gesprek op gang te brengen. Het zou niet de eerste keer zijn dat initiatieven op micro niveau conclusies en suggesties opleveren voor hogere bestuursechelons.

Ludwig Vandenhove
burgemeester stad Sint-Truiden - senator